Vilsteren is een dorp van zo’n 350 mensen waar de grond onder vrijwel elk huis nog altijd van het landgoed is. Dat klinkt als een detail, maar je ziet het meteen als je er rondrijdt. Geen lukrake nieuwbouw, geen dorp dat aan de randen uitdijt. Alles hoort bij elkaar, en het ligt tussen Ommen en Dalfsen aan de Vecht, dus vanaf de boshuisjes zo te doen. Voor een heerlijk drankje of diner kun je terecht bij Herberg de klomp.
Eerst even: wat is een esdorp
Vilsteren is een esdorp. Dat betekent dat het dorp is ontstaan rond de es, een hooggelegen akker die de boeren eeuwenlang samen bewerkten en met mest en plaggen steeds verder ophoogden. De boerderijen staan daar in een kring omheen, de natte hooilanden liggen lager bij de rivier, en de arme zandgrond erachter was heide voor de schapen. Als je door Vilsteren loopt kijk je dus eigenlijk naar een middeleeuws landbouwsysteem dat nog steeds overeind staat.
De naam duikt voor het eerst op in 1382, als de bisschop van Utrecht de Hof te Vilsteren aan ridder Herman van Vilsteren geeft. Later kwam er duizend hectare in één hand, en bouwden de eigenaren de kerk, de school, de molen, de boerderijen en de herberg. Huis Vilsteren zelf is van 1908, ontworpen door Eduard Cuypers.
En ik hoor je denken! Maar het is dus niet de Cuypers van het Centraal Station en het Rijksmuseum in Amsterdam, dat was zijn oom Pierre! Eduard leerde het vak bij hem en begon in 1881 voor zichzelf, en bij hém op kantoor werkten Michel de Klerk, Piet Kramer en Joan van der Mey. Oftewel: de drie die later de Amsterdamse School werden. Je staat hier dus naar een landhuis te kijken uit het bureau waar Het Schip en het Scheepvaarthuis vandaan komen. Vet toch!
De biologische boerenmarkt
Elke derde zaterdag van de maand, het hele jaar door, staat het dorp vol kramen. Twintig producenten uit het Vechtdal, van elf tot vier, midden tussen de kerk, de molen en het Huis. Vlees, kaas, zuivel, brood, meel, honing, groente, fruit, bier. Het meeste komt letterlijk uit de akkers waar je een kwartier eerder langsliep.
Neem een tas mee die groter is dan je denkt nodig te hebben. Kijk voor de data op de site van de Boerenmarkt.
De stuw, en waarom die er ligt
De Vecht liep vroeger alle kanten op en zette ’s zomers gewoon het land onder water. Tussen 1907 en 1916 is de rivier daarom rechtgetrokken: bochten eruit, vijf stuwen erin, van negentig kilometer terug naar zestig. Naast de stuw bij Vilsteren ligt een schutsluis, zodat de schepen tussen Ommen en Zwolle er nog langs konden.
Loop erheen. Er zit ook een vistrap naast waar vissen anderhalve meter omhoog klimmen, en in het paaiseizoen is dat een gevecht om te zien.
En dan de Stuwzangers
Vilsteren heeft een shantykoor. Zeemansliederen, mijlenver van zee, vernoemd naar de stuw in de Vecht. Ze hebben drie cd’s, waarvan eentje Over de stuw heet.
Ze speelden een keer bij ons op het park. In vol ornaat, uit volle borst zingend alsof er buiten storm stond. Wát een feest! De dag erna hebben we ze gewoon nog een keer gezien bij een OldTimerFestival in Dedemsvaart. Heel leuk, weer eens wat anders dan Nick & Simon (ofzo).
Hoe houd je zo’n landgoed eigenlijk overeind
Wij zijn een keer op het landgoed gaan kijken en kregen van de rentmeester een rondleiding. Een rentmeester beheert namens de eigenaar het hele ‘zaakje’: de pacht, de gebouwen, de bossen, het onderhoud. Hij vertelde over de familie Cremers, die het landgoed sinds de negentiende eeuw in handen heeft en die het huidige huis in 1908 liet bouwen. Na de oorlog zat er jarenlang een internationale school van de quakers in.
Maar het interessantste ging over instandhouding. Want een landgoed van duizend hectare verdient zichzelf niet terug met pacht en rondleidingen. Op Vilsteren staat middenin het bos een groot compressorstation van de Gasunie, al sinds de jaren zestig, ooit het grootste ter wereld. Zulke grond levert wat op. En dat is geen uitzondering: Duinrell is ook gewoon een landgoed, dat in 1935 de hekken opengooide voor publiek omdat dat belasting scheelde, en waar toen een theetuin met een speeltuin omheen kwam. Elk landgoed heeft iets nodig waar het geld uit haalt.
Want overeind blijven kost meer moeite dan je vanaf de weg ziet. Onderhoud aan een monument regel je niet even. En voor iedere vorm van steun moet stevig gelobbyd worden. Wat ik mooi vind aan dit landgoed is dat ze echt investeren in het dorp en de mensen. Ze houden de markt draaiende zodat kleine boeren en makers hier een afzet hebben. Ze zetten in op bloemrijke randen, hagen, gezonde bodem en het vasthouden van water, en ze hebben zelfs de pachtvoorwaarden omgegooid zodat een boer die langer vooruit wil kijken daar niet op verliest. Dat is voor de boeren die willen verduurzamen en goed voor de bodem willen zorgen. Dat is stug doorwerken aan iets waarvan het resultaat pas over dertig jaar te zien is.
Je merkt het als je er rondloopt, ook al staat het nergens op een bordje.
Ervaar Vilsteren. Dikke aanrader.
Klik hier voor meer info over onze boshuisjes
Klik hier voor meer info over onze workations
Klik hier voor meer info over onze retreats



