Bijna iedereen die zegt niet te kunnen zingen, bedoelt iets anders. En bijna iedereen die wel zingt, wil ook wel eens de stem van een ander. Over allebei valt te praten.
Ik ging naar de Guildford School of Acting bij Londen en zat daar tussen de musicalmeisjes. Zij deden de vooropleiding voor de musicalschool, supergemotiveerd. Ik was een singer-songwriter die niets met musical hoefde. Ik wilde leren zingen en mezelf beter presenteren, ook ik: supergemotiveerd. Zij vonden dat wat vreemd, ik vond dat prima. Dat is les één en die kost niets: het maakt niet uit welke passie je hebt, ook niet als je de enige in de zaal bent die hem heeft. Je hoeft niet te wachten tot er een groep is die precies bij jou past.
“Ik kan niet zingen”
Dat hoor je wel vaker. Vaak klopt het dan ook, haha! Maar eigenlijk speelt er iets anders: ik durf niet, en ik geloof niet dat het kan. Dat zijn twee verschillende problemen en geen van beide gaat over je stembanden. Het eerste los je op door het gewoon te doen: neem zangles 1-op-1 en krijg alle aandacht die je nodig hebt zonder dat anderen je horen. Het tweede is een kwestie van informatie.
Want zingen is techniek. Dat is wat CVT me heeft geleerd: het is te leren, het is geen talentkwestie. Er zitten spieren achter, lucht, en keuzes die je kunt maken. Iemand die “het niet heeft” heeft meestal alleen nooit geoefend en dat tot een karaktereigenschap gebombardeerd.
Ja maar, denk je nu, ik zing echt vals. Dat kan. Het verschil tussen twee tonen horen is voor sommige mensen niet vanzelfsprekend, en dan is meezingen met de radio geen oefening maar een gok. Het is wel te trainen, en de snelste manier is jezelf opnemen. Je eigen stem terugluisteren is leerzaam, ook als je het liever niet doet. Je hoort dan één keer wat er misgaat, en daarna weet je waar je aan moet werken.
Iedereen wil wel een andere stem
Ik ben alt. Ik betrap me er nog steeds op dat ik die hoge noot wil zingen, alsof daar het echte zingen zit. Hoger is niet beter. Hoger is hoger. Meer lucht eruit persen kan verward worden met meer emotie eruit persen. De eerlijkste en mooiste klank die ik heb zit wat lager.
Het gaat trouwens beide kanten op. De sopraan die licht en hoog klinkt, wil misschien ook wel eens vol en warm klinken. Iedereen heeft wel een voorbeeldzanger of -zangeres met een ander timbre dan hijzelf. Het goede nieuws is: je kunt je kleurenpalet uitbreiden! Er zijn technieken om andere kleuren toe te voegen aan wat je al hebt. Dat is iets anders dan een andere stem willen worden! Ga met ons mee op de ZangersRetreat en ontdek het zelf.
Wat een goede docent doet
Een goede docent laat je niet alleen gezellig zingen. Die legt uit wat er fysiek gebeurt en hoe je dat kunt veranderen, en geeft je de handvatten mee om zelf verder te gaan. Niet alleen een leuk liedje kunnen zingen, maar weten waaróm het werkte, zodat je het morgen thuis nog een keer kunt. Technische oefenen zijn volgens mij onontbeerlijk daarbij.
Dus als je het graag wilt: probeer het gewoon. Ja, het is een investering. Maar zing je eenmaal op de toonhoogte die bij jou past, en heb je de tijd om te oefenen, dan merk je hoe therapeutisch het is. Hoe ontspannen je ervan wordt, en hoe vrolijk als je hoort dat je beter wordt!



